PDF Basket
In Europa wordt luchtvervuiling uitgebreid gemonitord, zowel door aardobservatiesatellieten als door stations op de grond. De luchtkwaliteit kan per buurt echter sterk variëren, juist in steden, waar hoge gebouwen, druk verkeer en een beperkte luchtstroom soms vervuilingshaarden creëren.
Deze zogenaamde hotspots kunnen bijdragen aan een slechte gezondheid, vooral op de lange termijn, terwijl de bewoners zich wellicht niet bewust zijn van de hoge mate van blootstelling. "Mensen denken vaak dat als ze nu geen probleem zien of voelen, ze zich geen zorgen hoeven te maken," zegt Lieven Raes, projectcoördinator van CompAir. Om effectief beleid op lokaal niveau te kunnen voeren, moet de overheid eerst goed inzicht hebben in de plaatselijke luchtkwaliteit.
Het probleem is vooral acuut voor mensen uit lagere sociaal-economische groepen, die meer worden blootgesteld en geen toegang hebben tot realtime updates van de luchtkwaliteit. Om zowel het bewustzijn van als de actie rond luchtvervuiling te verbeteren, gaf het door de EU gefinancierde CompAir-project burgers in Athene, Berlijn, Vlaanderen, Plovdiv en Sofia sensoren voor de luchtkwaliteit en ontwikkelde het een reeks innovatieve digitale tools die burgers en overheidsinstanties geavanceerde inzichten bieden.
Deze op maat gemaakte apps helpen bij het visualiseren van luchtvervuiling, het vergelijken van de luchtkwaliteit op verschillende routes om de gezondste optie te vinden, het analyseren van de impact van stedelijk mobiliteitsbeleid, het meten van individuele koolstofvoetafdrukken en het simuleren van de nodige strategieën om klimaatneutraliteit te bereiken tegen 2030.
Een model voor burgerbetrokkenheid
Het project richtte zijn aandacht op vrouwen, jongeren en kwetsbare groepen om juist bij hen het bewustzijn, de kennis en vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om hen te helpen hun buurt en hun gezondheid in eigen hand te nemen.
Hiermee gaf deze op de gemeenschap gerichte inspanning bovendien prioriteit aan groepen die het meest onder luchtvervuiling te lijden hebben. Zo werd in Athene bijvoorbeeld 80% van de luchtkwaliteitsgegevens door senioren verzameld.
Bewoners waren vanaf het begin van het project betrokken bij het opzetten van lokale burgerwetenschapslabs, waar ze leerden over luchtvervuiling en werden getraind in het monteren en gebruiken van luchtkwaliteitssensoren. Het team organiseerde ook verschillende workshops en interactieve evenementen, zogenaamde datacafés, om de bevindingen als groep te bespreken en beleidsaanbevelingen te ontwikkelen.
"Deze diepgaande, meerlagige participatie vergrootte de kennis, vaardigheden en het sociale kapitaal van mensen en liet zien dat de luchtkwaliteit kan worden verbeterd door veranderingen in beleid en levensstijl," legt Raes uit. "Misschien nog wel belangrijker is, dat de deelnemers zich waardevol voelden doordat ze zagen dat hun bijdrage ertoe doet en op grotere schaal een verschil maakt," voegt hij eraan toe.
Ideeën omzetten in beleid
CompAir leidde tot verschillende beleidsontwikkelingen met positieve effecten in de praktijk. Denk hierbij aan de beoordeling van de effecten in een straat met een school in Vlaanderen, een nieuwe fietsbrug en een verkeersplan. In Berlijn droegen gegevens van burgerwetenschappers bij aan de evaluatie van de wijk Graefekiez, wat leidde tot het opnieuw inrichten van een openbaar gebied, zodat het verkeer wordt teruggedrongen en de mensen meer ruimte krijgen.
In Sofia gaven de bevindingen van het project aanleiding tot het uitbreiden van een schoolbusroute, terwijl de campagne in Plovdiv het onderwijs in de STEM-vakken verbeterde (Science, Technology, Engineering en Mathematics oftewel wetenschap, technologie, techniek en wiskunde). In Athene pasten de activiteiten van het project mooi bij de strategie voor burgerbetrokkenheid binnen het klimaatbestendigheidsplan van de stad.
Het team heeft drie luchtkwaliteits- en verkeerssensoren aanzienlijk verbeterd, waardoor deze robuuster, nauwkeuriger en gebruiksvriendelijker zijn geworden. Bovendien werden de gegevens van luchtkwaliteitssensoren gekalibreerd zodat de nauwkeurigheid en precisie van goedkope sensoren verbeteren.
Het project had ook andere tastbare gevolgen. Een experiment in Vlaanderen leidde tot een daling van 20% in het autogebruik en een stijging van 7% in het gebruik van het openbaar vervoer, het lopen en fietsen onder studenten.
Een reproduceerbare kennisbank
De bevindingen hebben geleid tot het opzetten van een toegankelijke online kennisbank die door het project wordt gehost, inclusief projectrapporten, publicaties, webinars en een online cursus die tot doel heeft anderen te inspireren om te leren van de successen van CompAir en deze elders te reproduceren.
Veel van de steden waarin de pilot is gehouden, zullen doorgaan met het monitoren van luchtvervuiling met behulp van de geplaatste sensoren en gaan gebruik maken van de door het project uitgezette kaders voor het ontwerpen van experimenten en het plannen van sensornetwerken.
Het team hoopt dat de resultaten tot een cultuuromslag in heel Europa zullen leiden, waardoor de kijk op milieu- en gezondheidskwesties verschuift. Zoals Raes uitlegt: "Het is nooit te vroeg om meer over luchtvervuiling te gaan leren."
